Persbericht van NAR over de massale bestorming van Ceuta eind juli 2026
Op 30 en 31 juli 2026 bestormden meer dan 70.000 mensen, van wie de overgrote meerderheid de Marokkaanse nationaliteit heeft, de Spaanse exclave Ceuta. Ze kwamen uit alle lagen van de bevolking, maar opvallend veel van hen waren jongeren en zelfs minderjarigen, zowel jongens als meisjes. De Marokkaanse autoriteiten deden niets om deze bestorming te voorkomen, terwijl Spanje de situatie niet aankon. Volgens mensenrechtenorganisaties en de Spaanse autoriteiten zijn bij dit incident meer dan 140 mensen om het leven gekomen, onder wie Rifijnen; zij verdronken in zee.
In de dagen vóór de bestorming gingen er op sociale media berichten rond waarin Marokkaanse jongeren werden aangemoedigd de oversteek naar Ceuta te maken. Deze berichten verwezen naar een uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof. Begin juli oordeelde het Hof dat migranten die zwemmend of per boot Ceuta proberen te bereiken, niet zonder behoorlijke procedure mogen worden teruggestuurd. Een Algerijnse onderdaan had de zaak aangespannen nadat hij op zee was onderschept, en won de zaak voor het Hof.
De uitspraak verspreidde zich in de dagen voor de bestorming als een lopend vuurtje op sociale media. Het is zeer waarschijnlijk dat dit een rol heeft gespeeld bij de grote toestroom van migranten.
Het Marokkaanse regime was zich zeker bewust van deze berichten en was in staat de bronnen ervan te achterhalen, gezien zijn ervaren inlichtingenapparaat en de zeer grote aanwezigheid van inlichtingen- en veiligheidsdiensten, politie en leger in de Rif. Die aanwezigheid werd nog versterkt door de komst van Mohammed VI, die op de dag van de bestorming zijn troonrede hield vanuit zijn paleis in Tetouan, dat ligt aan de route die de migranten naar Ceuta namen.
Toch greep het Marokkaanse regime niet in. Volgens getuigenissen moedigden Marokkaanse informanten van het ministerie van Binnenlandse Zaken mensen in verschillende delen van Marokko zelfs aan naar Ceuta te reizen, omdat de poorten bij de grens met Ceuta naar verluidt zouden worden geopend. Dat de migranten uit verschillende delen van Marokko kwamen, wijst er naar onze mening op dat het regime een rol heeft gespeeld in de gebeurtenissen.
Een vrouwelijke migrant deed vanuit Ceuta via de Marokkaanse media een oproep en zei: “Willen degenen die ons hierheen hebben gebracht ons ook weer naar huis brengen?” Ze werd door de Marokkaanse autoriteiten onmiddellijk vervolgd wegens het verspreiden van nepnieuws.
Voor het Marokkaanse regime was het belangrijk dat het aantal deelnemers aan de bestorming hoog was. Marokko heeft een geschiedenis van het inzetten van burgers in zijn politieke strijd. In 2021 openden Marokkaanse grenswachten de poorten, waarna meer dan 8.000 migranten Ceuta binnenkwamen. Dat gebeurde midden in de coronapandemie.
In 1975 stuurde Hassan II 350.000 Marokkanen om de Westelijke Sahara te bestormen, waarna hij door de Verenigde Naties werd tegengehouden.
Het lijkt zeer waarschijnlijk dat het Marokkaanse regime een misdrijf heeft gepleegd door deze grote groep mensen te laten vluchten en hen aan hun lot over te laten toen ze in zee terechtkwamen en verdronken. Het regime heeft daarmee een zeer grote crisis binnen Marokko veroorzaakt. Een groot deel van de bevolking wil Marokko verlaten om economische, sociale of politieke redenen. Alle factoren daarvoor zijn aanwezig. Nog erger is dat er geen hulp werd geboden aan mensen in nood toen zij begonnen te verdrinken. Het Marokkaanse regime heeft deze migranten letterlijk de dood in gedreven.
Marokko werkte er ook niet aan mee om samen met Spanje de lichamen van de slachtoffers uit Spaanse mortuaria terug te halen. Bovendien probeerde een Marokkaanse minister de Spaanse publieke opinie openlijk te chanteren door te verklaren dat het regime de doden niet zomaar wilde terugbrengen. Hij wilde er iets voor terug hebben voor het regime.
Wij, als Rifijnse mensenrechtenorganisatie, houden het Marokkaanse regime nadrukkelijk verantwoordelijk voor deze misdadige daden. Het regime heeft deze enorme groep mensen aangezet tot een vlucht via een uiterst riskante en gevaarlijke route, heeft hen niet tegengehouden en hen geen hulp geboden toen zij in levensgevaar verkeerden.
Als organisatie hebben wij de Spaanse regering en het Spaanse parlement al eerder meerdere keren geschreven en gewaarschuwd voor de gevaren van samenwerking met het Marokkaanse regime.
Wij hebben vernomen dat een aantal Spaanse organisaties van plan is op nationaal en internationaal niveau juridische stappen te ondernemen tegen Marokkaanse functionarissen, onder wie koning Mohammed VI, vanwege deze massale bestorming. Wij steunen deze acties.
The National Assembly of Rif (NAR)
Rifijnse mensenrechtenorganisatie
Brussel, 10/09/2026

